Articulatiestoornissen

Vervorming, weglaten, vervanging

Tijdens de ontwikkeling experimenteert elk kind met klanken. Ondanks hun inspanningen, kan het zijn dat de uitspraak van bepaalde klanken moeilijk blijft. Ze worden niet of foutief uitgesproken. Afhankelijk van de leeftijd wordt gekeken of logopedie nodig is. Soms zijn tips, die thuis opgevolgd worden, al voldoende. Wanneer therapie wel noodzakelijk blijkt, wordt er zoveel mogelijk op een fonologische manier gewerkt. Dit geeft meestal een sneller resultaat waardoor de spraak van het kind op een natuurlijkere manier verbetert.

Wat zijn articulatiestoornissen?

Bij articulatieproblemen of -stoornissen is de productie van bepaalde spraakklanken verstoord. Dit kan zich voordoen wanneer een kind achterblijft in zijn spraakontwikkeling in vergelijking met leeftijdsgenoten, wat wij een articulatiestoornis noemen. Er komen ook articulatieproblemen voor waarbij de spraakontwikkeling niet verstoord is (bijvoorbeeld een klank welke tussen de tanden wordt geproduceerd).

Voorbeelden van verstoring bij de productie van de spraakklanken zijn:

Vervorming

De klank wordt onjuist uitgesproken.

Weglaten

Bepaalde klanken worden systematisch weggelaten.

Vervanging

Een klank wordt vervangen door een andere klank.

“De juiste uitspraak van klanken komt niet altijd vanzelf. Met gerichte therapie kunnen we spraakproblemen spelenderwijs corrigeren.”

Hoe gaan we te werk?

1

Testen

Therapie is niet steeds noodzakelijk bij deze problematiek, daarom zal er eerst een verkennend gesprek plaatsvinden waarbij gekeken wordt of er effectief therapie moet opgestart worden of we het kind nog even de tijd geven om te ontwikkelen, mits extra tips aan de ouders.

2

Behandeling

Indien therapie aangewezen is, zullen de meeste problemen aangepakt worden op een fonologische manier. Hierbij wordt het kind niet bewust gemaakt van datgene wat hij/zij aanleert, maar zullen we de klanken op een natuurlijke manier uitlokken. Doordat we geen klassieke aanpak hanteren, leert het kind vlotter de overgang te maken naar spontane spraak. De tong wordt niet ‘gedwongen’ in een bepaalde positie, maar het kind leert onbewust zelf aan hoe hij/zij zijn/haar mond, tong en lippen kan gebruiken.

Tijdens de therapie betrekken we graag de ouders, zodat er een vlotte overgang kan gebeuren naar de situaties buiten het logopedielokaal.